omslagboek02.jpg
Download hier het printvriendelijke, geïllustreerde PDF-bestand van dit artikel.

Huisstijlmanagement
waarborgt visuele identiteit

[vervolg]

Evaluatie – Doorontwikkelen van een huisstijl is belangrijk, zodat ook na jaren de huisstijl nog steeds past bij de organisatie. Behalve het continu onderhoud is het raadzaam om regelmatig de huisstijl te evalueren. Dit kan in de vorm van een review of audit. Met communicatiespecialisten wordt in een review afgetast of het geproduceerde werk nog past binnen de kaders van de huisstijl. In dergelijke sessies gaat het vooral over de look-and-feel, omdat de huisstijl van bijvoorbeeld communicatiedrukwerk niet in harde richtlijnen zijn te vatten. Het gaat vooral om de interpretaties van de kaders. Een effect van reviews is dat deelnemers meer gevoel krijgen bij de huisstijl. Het resultaat kan ook zijn dat de kaders moeten worden her-zien.
Bij een huisstijlaudit wordt eveneens gekeken naar de processen en diensten rondom de huisstijl. Zijn de ontwikkelde hulpmiddelen wel toepas-baar? Zijn de externe leveranciers en interne onder-steunende afdelingen voldoende op de hoogte van de huisstijl en leveren ze de vereiste kwaliteit? Maar ook: wat is het voorbeeldgedrag van de leidingge-venden? Het komt voor dat een handboek dat al 10 jaar oud is, de enige referentie is voor de huisstijl-richtlijnen. In de dagelijkse praktijk zijn veel wijzi-gingen en aanvullingen op de huisstijl toegepast, maar niet vastgelegd. Met een digitaal handboek zijn richtlijnen gemakkelijker actueel te houden, maar ook daarvoor geldt dat mensen inspanning moeten leveren om daadwerkelijk de actualiteit te waarborgen. Door het digitaal handboek is actuele informatie toegankelijk voor medewerkers en relevante leveranciers, zoals ontwerpers. De audit resulteert in aanbevelingen voor doorontwikkeling van de huisstijl en het huisstijlmanagement.

In de praktijk hangt het af van de omvang en complexiteit van de organisatie welke middelen moeten worden ingezet om de huisstijl op peil te houden. Een relatief kleine organisatie kan toch complex zijn door de diversiteit van activiteiten. Indien veel communicatieactiviteiten decentraal plaatsvinden zal meer inspanning nodig zijn om de mensen binnen de kaders te laten werken. Een digitaal handboek is praktisch hulpmiddel voor de verspreiding van de informatie en communicatie met de medewerkers van de decentrale afdelingen. Huisstijlmanagement gaat enerzijds over de inhoud van de huisstijl – welke elementen en toe-passingen – en anderzijds over het managementproces – kennis en vaardigheden, middelen en leveranciers en processen die passen in de organisatie.

De dynamiek van de organisatie
Bij de strategie en creatie is uitgegaan van het centrale idee en uitgangspunten van de organisatie. Maar een organisatie staat niet stil en wijzigingen kunnen aanpassingen in de huisstijl nodig maken. Een aantal voorbeelden maakt duidelijk dat strategische besluiten en koerswijzigingen in de organisatie ook van invloed zijn op de huisstijl en huisstijlmanagement. Bij een overname speelt het vraagstuk of de overgenomen organisatie onder eigen naam verder gaat, onder de naam (en huisstijl) van de nieuwe eigenaar, of dat wordt gekozen voor een overgangssituatie. Het laatste was het geval bij Libertel dat eerst Libertel Vodafone is gaan heten en vervolgens Vodafone.

Het omgekeerde is ook mogelijk. Voordat de vezeldivisie van Akzo Nobel werd verzelfstandigd, hebben ze een eigen naam en visuele identiteit gekregen: Acordis. Naast overnames, fusies en verzelfstandiging zijn er ook andere ontwikkelingen in en om de organisatie die van invloed zijn op de huisstijl en huisstijlmanagement. Stel dat organisatie X indirecte verkoopkanalen wil stimuleren, dan is het begrijpelijk dat de dealers duidelijk willen maken dat zij producten leveren van organisatie X. Als het bovendien een merk is met een goede reputatie, willen zij ook herkenbaar zijn als dealer. Op dat moment zal de huisstijlmanager van organisatie X niet alleen moeten zorgen voor de huisstijldragers van de eigen organisatie, maar tevens de dealers moeten voorzien van richtlijnen en leveranciers voor bestellingen. Mogelijk dat het wenselijk is dat er een onderscheid komt tussen organisatie X en de dealers van organisatie X. Op dat moment kan bijvoorbeeld worden gekozen voor een aangepaste versie van het logo, dat de dealers mogen voeren. In het digitale handboek (extranet) kunnen dealers informatie over de huisstijl vinden en eventueel leveranciers en bestelprocedures.

Ook ontwikkelingen buiten de organisatie kunnen van invloed zijn op de huisstijl en huisstijlmanagement. Webdesign is nu vanzelfsprekend evenals het e-mailadres op het visitekaartje. In het begin van de jaren ’90 waren hiervoor nog geen richtlijnen in handboeken opgenomen. De internettechnologie heeft enerzijds gezorgd voor de noodzaak voor huisstijlrichtlijnen voor nieuwe huisstijldragers (nieuwe media) en anderzijds is de technologie ook van invloed geweest op huisstijlmanagement. Via deze technologie is het mogelijk informatie voor medewerkers en leveranciers toegankelijk te maken en zijn bijvoorbeeld logo’s te downloaden in de gewenste formaten. Voorheen moest het artwork op print of film worden verstrekt. Een huisstijlmanager moet dan ook voortdurend anticiperen op die ontwikkelingen in en om de organisatie. Gebeurt dat niet dan bestaat het risico dat op verschillende plaatsen in de organisatie tegelijkertijd aanpassingen en interpretaties op de huisstijl worden doorgevoerd op (nieuwe) huisstijldragers. De huisstijl gaat divergeren en van een eenheid is nauwelijks meer sprake. Het is noodzaak om een huisstijl centraal door te ontwikkelen en huisstijlmanagement in te zetten zodat ook op termijn de huisstijl op peil blijft.

De rol van de ontwerper
In de rol van de ontwerper is een onderscheid te maken in de ontwerper die de huisstijl ontwikkelt en de ontwerper die de huisstijl moet toepassen. De activiteiten zijn wezenlijk anders, daar de eerste vanuit beschrijvingen een visueel concept moet scheppen en de tweede die op basis van de visuele schepping specifieke opdrachten uitwerkt en dus invulling geeft aan de visuele identiteit van de organisatie.

De eerste moet samen met de opdrachtgever zorgen voor een goede ‘fit’ met de organisatie. Dit pleit voor ontwerpers die zich inleven in de identiteit van de organisatie. Vanuit huisstijlmanagement is het zinvol dat deze ontwerper zich ook inleeft in de (on)mogelijkheden om een huisstijl te beheren en onderhouden. Een complexe huisstijl vergt meer inspanning om de kennis over te dragen aan (decentrale) communicatiemedewerkers die verantwoordelijk zijn voor de productie van folders en brochures. Behalve dat de huisstijl wordt vastgelegd in huisstijlrichtlijnen is het aan te bevelen een masterbriefing te ontwikkelen. Waar bij de richtlijnen de aandacht ligt op het ‘hoe’ van een huisstijl, zal de masterbriefing het accent leggen op het ‘waarom’. In de masterbriefing is de ontwerpfilosofie van de huisstijl beschreven en wordt een link gelegd met de organisatie, haar positionering, de gewenste identiteit, de communicatiestrategie en de andere uiterlijke vormen van de identiteit (zoals aanspreekvormen, gedrag en dergelijke). De masterbriefing is wezenlijk anders dan de ontwerpbriefing, omdat de laatste ingezet wordt om een huisstijl te ontwikkelen en de eerste om intentie van de huisstijl vast te houden. De ontwerper van de huisstijl kan een bijdrage leveren door de ontwerpfilosofie uit te werken. Als bijvoorbeeld de huisstijlrichtlijnen ‘vuile pasteltinten’ voorschrijft, dan zal na verloop van tijd hieraan getornd worden. Ontwerpers en drukkers hebben weerstand tegen deze vuile tinten als niet wordt verteld waarom hiervoor is gekozen. De ontwerper van de huisstijl heeft ook een belangrijke rol bij de visuele uitwerking van een digitaal handboek, omdat daarin de ontwerpfilosofie direct toegepast moet worden op een belangrijke huisstijldrager, die tevens een voorbeeldfunctie heeft naar interne medewerkers van de organisatie en externe leve-ranciers die de huisstijl moeten toepassen.

De tweede groep ontwerpers, die de huisstijl moeten volgen en daarmee de visuele identiteit invulling geven, worden aangestuurd door opdrachtgevers uit de organisatie. Evenals de opdrachtgevers zullen zij de huisstijl ‘in hun aderen’ moeten krijgen. Huisstijlrichtlijnen (beschreven in het digitale handboek) geven aan wat moet, mag en wat de vrijheidsgraden zijn per huisstijldrager. De masterbriefing geeft inzicht in de organisatie en de motivatie achter de huisstijlrichtlijnen en helpt de richtlijnen te interpreteren binnen de gestelde kaders. De opdrachtgever geeft aanvullend informatie over de specifieke opdracht, zoals omvang, gewenste drukgangen, budget en dergelijke. Opdrachtgevers die ontwerpers aansturen moeten de ontwerpen kunnen toetsen en met argumenten aangeven waarom een creatief voorstel wel of niet past binnen de ‘geest van de huisstijl’. Niets is zo dodelijk voor een ontwerper als de opdrachtgever het ontwerp ‘niet mooi’ vindt. Ook voor opdrachtgevers geeft de masterbriefing inzicht in de achtergronden bij de huisstijl. Leidt de presentatie van een creatief voorstel dan nog tot discussie, dan is het ook aan de ontwerper om door te vragen naar de achtergronden van de meningen.

Als binnen een organisatie diverse opdrachtgevers opdrachten verstrekken aan verschillende ontwerpers, kunnen look-and-feel sessies worden ingezet om gezamenlijk te leren over de huisstijl. Bij de invoering van een huisstijl helpt zo’n sessie om gevoel te krijgen bij de nieuwe huisstijl en de ontwerper van de huisstijl speelt een belangrijke rol in het overdragen van de ontwerpfilosofie en de gedachtegang achter een aantal toepassingen. In de fase van evaluatie wordt gezamenlijk met de huisstijlmanager en de opdrachtgevers (meestal communicatiespecialisten) het geproduceerde materiaal besproken. De vrijheidsgraden in een huisstijl worden ter discussie gesteld, kaders voor de huisstijl worden bijgesteld of scherper gedefinieerd of de ontwerper van de huisstijl krijgt de opdracht om de huisstijl verder door te ontwikkelen.
Bij de introductie van een nieuwe huisstijl wordt uitgebreid aandacht besteed aan de ontwerpfilosofie achter de nieuwe huisstijl. Na een aantal jaren is deze informatie niet altijd meer paraat, mede door mutaties in het personeel. De masterbriefing geeft de achtergronden bij de huisstijl, de communicatiestrategie en de uitwerking daarvan in campagnes. Het is evident dat de masterbriefing moet worden aangepast bij veranderingen in de organisatie, communicatiestrategie of ontwerpfilosofie. Ontwerpers zijn meestal niet alleen gebaat bij vrijheden, maar ook bij duidelijke kaders. En binnen die kaders kunnen ontwerpers hun creativiteit optimaal inzetten.

Annette van den Bosch

Consultant bij NykampNyboer Huisstijlmanagement
Auteur van Huisstijlmanagement: de verankering van de huisstijl in de organisatie [isbn 90 14 06478 0]
 
bronnenboek voor grafisch ontwerp